Flash video kan niet worden afgespeeld.
Controleer of u een Flash player heeft geïnstalleerd en of uw browser Javascript ondersteund.

Download hier de meeste recente versie van Adobe Flash Player
home - nieuws - jaarcongres l workshops toekomsten van

26/5/2010 Jaarcongres l workshops toekomsten van Overijssel

<< terug

Verslag workshops Trendbureau 21 januari 2010

De deelnemers aan het jaarcongres konden deelnemen aan drie workshops, in de thema’s van de drie trendverkenningen: de toekomst van de Overijsselse economie, van de dorpen en de lokale energiewinning in Overijssel.

In alle workshops wordt gewezen op de kracht van de eigen regio, of het nu om economie, dorpen of energiewinning gaat. “Kernwoord is verbinden en netwerken”, aldus de deelnemers.

Workshop 1 De toekomst van de Overijsselse economie

Zuurstof
De Overijsselse economie is zwaar getroffen door de economische crisis, zegt Tineke Bakker, voorzitter van VNO-NCW Midden Nederland. De banken geven minder krediet aan bedrijven. “En dat krediet is voor die bedrijven de zuurstof”, aldus Bakker. Volgens haar heeft de politiek goede maatregelen genomen, ook op regionaal niveau. “De provincies en gemeenten hebben geld in de economie gestopt. En de versnellingsagenda’s met betrekking tot infrastructuur en woningbouw bij de gemeentes zijn ook goed.”

Eén loket
Toch zullen in Overijssel nog banen verdwijnen, vanwege de economische crisis. 45.000 in totaal. “Daarvan krijg ik koude rillingen”, zeg Bakker. Ze roept de provincie en gemeenten dan ook op om de bezuinigingen niet op het bedrijfsleven of de burgers af te wentelen. “De provincie kan de ondernemers helpen. Laat de lasten niet stijgen en zorg voor een effectief functionerend lokaal bestuur. De regelgeving kan minder, zorg bijvoorbeeld voor één loket waar alle zaken voor ondernemers geregeld kunnen worden. Het wordt een uitdagende tijd voor ons allemaal.”

Innovatief
De machtsverhoudingen in de wereld veranderen enorm snel. Een crisis biedt kansen, volgens Bakker. “Nederlanders zijn flexibel en innovatief. Die innovativiteit moeten we behouden. Bij provincies, gemeenten en bedrijven. Investeren in onderwijs. We moeten met elkaar bezuinigen op een goede manier, door innovatief te zijn in de manier waarop je werkt. Met elkaar kunnen we daar vast een goede oplossing voor vinden.”


Workshop 2 Toekomst van de dorpen

Verbondenheid
De schaalvergroting in de agrarische sector is volgens het Trendbureau een van de grootste trends in de dorpen. Maar volgens Peter Dullaert, pastor uit Diepenveen, zullen de boeren het daar niet mee redden. “Ik zie een heel ander toekomstbeeld voor mij, namelijk een agrarische sector die opnieuw gaat oogsten vanuit verbondenheid. Vanuit verbondenheid van boer met dorp en boer met stad.”

Het voorzieningenniveau in dorpen zal afnemen. De vergrijzing neemt toe. Wie hebben de ouderen nog om hen te helpen, vraagt de pastof zich af. “Hun kinderen wonen niet meer om de hoek. En hoe gaat het met onze pubers, als het voorzieningenniveau omlaag gaat? Ook zij hebben heel hard plekken nodig om samen te komen en lekker te dollen.”

Taaie kerken
Plekken waar mensen samen kunnen komen en die niet snel zullen verdwijnen uit de dorpen, zijn de kerken, zegt de pastor. Hij pleit ervoor dat bestuurders meer rekening gaan houden met het bestaan van kerken, vooral in dorpen. “Kerken gaan pas het laatst weg uit een dorp. Ze zijn heel taai. En beleidsmakers, bestuurders en kerkbestuurders kunnen veel aan elkaar hebben. Kerken hebben een belangrijke taak voor ouderen.” Dullaert roept de bestuurders dan ook op rekening te houden met de kerken die nog steeds een belangrijke functie vervullen in het dorpsleven.

Volgens Dullaert moeten we met twee ‘toverwoorden’ de toekomst in gaan. De eerste is verbondenheid. “Verbondenheid tussen jong en oud, tussen stad en platteland, tussen boer en consument, tussen kerk en bestuur en spiritualiteit.” Het tweede woord is vertrouwen. “Met de kleur van het Engelse Faith. Daarin zijn vertrouwen en geloof met elkaar gecombineerd.”



Workshop 3 De toekomst van de lokale energiewinning in Overijssel

Ook op het gebied van energiewinning moeten we kijken naar de kracht van de regio. Dat vindt althans Ewald Breunesse, die zich voor Shell bezighoudt met energie-innovatie. Wereldwijd worden er zo’n 85 miljoen vaten olie per dag gebruikt. In Nederland zijn dat er ongeveer twee miljoen. Breunesse: “Op den duur zullen wij voor meer dan negentig procent van ons energieverbruik afhankelijk zijn van het buitenland. De grootste kracht zit hem in lokale energieopwekking. Maak gebruik van het netwerk. Sla erin op wat je op wilt slaan, haal eraf wat je nodig hebt en maak gebruik van die verwevenheid.”

Duurzaam
Volgens Breunesse kun je energiebesparing verbinden aan duurzame energie. “Als je ergens honderd of duizend kilowatt bespaart, zorg dan dat er eenzelfde hoeveelheid zichtbare duurzame energie tegenover staat. Dan snijdt het mes aan twee kanten, want met energiebesparing verdien je geld. Maar duurzame energie kost voorlopig nog geld. De investeringsdrempel is daar best naar, om een constructie te ontwikkelen waarbij je investeringen in duurzame energie kunt betalen uit energiebesparing.”

Jolande Tijhuis, bestuurder van woonbedrijf ieder1 uit Deventer en Zutphen wil woningen energiezuiniger maken. In de Deventer wijk Keizerslanden is een grootschalig nieuwbouwproject opgezet, Steenbrugge, met 1200 nieuwbouwwoningen. “Hij staat in de trendstudies omschreven als eerste lokale eigen energievoorziening. Het is lastig om alle neuzen zelfde kant op te krijgen, vindt Tijhuis. “Want ieder heeft zijn eigen belang. De ene wethouder wil bouwproductie, zonder vertragingen. De milieuwethouder wil een maximale CO2-reductie, maar de wethouder volkshuisvesting wil betaalbare woningen met lage huren. Bijna onmogelijk dus.” Tijhuis raad daarom aan om voor heel Deventer eisen vast te leggen voor duurzaamheid, waar nieuwbouwwoningen aan moeten voldoen.”

Puntje van de golf
Tijhuis: “Ik heb het gevoel dat we op het puntje van de golf zitten, waar Pieter Winsemius het in zijn lezing over had. Netwerkorganisaties zijn belangrijk, zoals Winsemius ook aangaf. Wij hebben dat in de praktijk gebracht. Zes coöperatiebestuurders hebben de handen ineen geslagen om samen aan CO2-reductie te doen. Provincie en gemeente en wetenschappers zijn erbij betrokken. Dat is ongelooflijk spannend en eng. Maar door samen te werken en naar elkaar te luisteren en ons in elkaar te verplaatsen, komen we tot andere oplossingen. Mijn hoop is gericht op de toekomst.”

Bekijk hier het verslag of de korte fragmenten uit de lezing van Pieter Winsemius.