1/10/2009 Column 'Catastrofaal beleid'
<< terugOp Prinsjesdag zagen we er weer een mooi voorbeeld van: catastrofaal beleid. Overheidshandelen gebaseerd op spookbeelden, inktzwarte schetsen van naderend onheil. Dit keer was het een overheidstekort van jaarlijks 30 miljard Euro. Een catastrofe van enorme proporties. Maar gelukkig.... kataklop, kataklop, kataklop...daar komt de overheid, kloek op het witte paard gezeten. Sterk als Achilles, wijs als Koning Arthur, en snel als Flash Gordon bevecht hij het nieuwe kwaad. Of nu ja, snel….dat was het punt van discussie in de kamer. Want 20 ambtelijke werkgroepen: het universum moet nog even wachten om gered te worden.
Sweder van Wijnbergen zette direct dezelfde dag vraagtekens bij de 30 miljard in het NRC. De dagen daarna volgden de relativeringen van het catastrofescenario van de regering. Economen verschillen van mening over de schade die de economie en de overheidsfinanciën oplopen door een crisis. De adviseurs van Obama gaan er van uit dat Amerika juist sterker uit de crisis komt. Zij constateren dat een recessies vaak gevolgd worden door periodes van bovengemiddelde groei. De schade wordt weer ingehaald. Nu zijn de Amerikanen zo ongeveer de uitvinders van het optimisme. Maar ook Teulings van het CPB, toch geen man die de wereld door een roze bril bekijkt, komt op het veel lagere schadebedrag van maximaal 9 miljard uit. De rekenmeesters van Financiën hebben dus voor een zeer pessimistisch scenario gekozen. Zonder dat ons te vertellen. In de Volkskrant sust econoom Boot de kwestie. De 30 miljard moeten we volgens hem maar vooral als een signaal beschouwen. Het signaal dat de regering de crisis echt ernstig neemt, en er maatregelen nodig zijn.
Boot heeft waarschijnlijk gelijk, maar erg bemoedigend is dat niet. Ik wil geen overheid die mij bang maakt. Ik wil een overheid die mij de waarheid vertelt. De 30 miljard hoort in het rijtje Nederland Jutland, het verkeersinfarct van de Randstad, de massavernietigingswapens van Hoessein, de zeespiegelstijgingen die variëren van 1,5 tot 7 meter, Parijse toestanden in onze buitenwijken en spookdorpen aan de randen van Nederland. Allemaal catastrofale beelden om overheidshandelen te legitimeren.
Actiegroepen gebruiken dit soort beelden. Terecht. Zij willen de maatschappij aanzetten tot keuzes die in hun straatje passen. Echter, als de overheid retorische middelen gebruikt om ons klaar te stomen voor politieke besluiten, dan wordt een grens overschreden. De regering heeft immers ook tot taak om er voor te zorgen dat het politieke debat over de toekomst van ons land op rationale gronden gevoerd kan worden. Daar passen geen spookbeelden bij. Wat wèl nodig is, zijn reële inschattingen van wat in de toekomst zou kunnen gebeuren. En voorstellen voor een wijze reactie om te reageren op die onzekere toekomst. Anders is het niet Koning Arthur maar Don Quichotte die door Den Haag galoppeert. En er zijn zoveel windmolens!
Hans Peter Benschop,
Manager Trendbureau Overijssel
