15/7/2010 Column: Netwerken
<< terugNetwerksamenleving….het is een begrip dat je veel hoort tegenwoordig. We leven in een netwerksamenleving. Het klinkt best cool en hip, maar wekt toch ook wat achterdocht op. Het woord is te groot om mooi te zijn, en het begrip te zwaar om te verhelderen. Je vraagt je af: dat ‘netwerk’, wat doet dat daar? Heeft de spreker niet voldoende aan de samenleving zèlf? En….moeten wij het ook fijn vinden, die netwerksamenleving? Voor je het weet is een beeldspraak niet alleen een verondersteld feit, maar ook een doel, een beleidsprogramma.
Wetenschappers houden van metaforen. En vooral van beeldspraken die te maken hebben met de modernste vondsten. Na de uitvinding van het horloge in de 17e eeuw zag men de schepping als geheel als een uurwerk. Het mechanische wereldbeeld was geboren. Toen in de 19e eeuw de stoommachine opkwam, bedacht Freud dat onze ziel heel erg veel leek op een fluitketeltje – met een dop er op. Het onderbewuste werd een hogedrukpan dat langs allerlei slinkse wegen ventieltjes zocht om de energie kwijt te raken. We ‘moesten stoom afblazen’ als we boos werden. En toen we de computers kregen, zagen mensen de menselijke brein als informatieverwerker. En jawel, sinds internet is de gehele wereld een netwerksamenleving!
Laten we vooropstellen, het is natuurlijk een nieuw fenomeen dat we met zulk gemak met zulke enorme hoeveelheden mensen kunnen communiceren als vandaag de dag. Dat betekent veel. Politici twitteren dat het een lieve lust is. Bedrijven kunnen veel gemakkelijker massa’s klanten bereiken. De zorgboerderij in Heeten trekt door internet heel wat meer klanten dan via het uithangbord Zimmer Frei. Weinig verkochte producten komen toch in digitale schappen terecht, omdat het aantal bereikte mogelijke klanten zo groot is.
Maar de belofte van internet op het vrijwel grenzeloos communiceren, de belofte van het einde van de hiërarchie – omdat je iedereen kunt bereiken: zijn die beloften ingelost? Ik denk het niet. Er lijkt niet zozeer sprake te zijn van één netwerk, als wel van een verzameling slechts heel los aan elkaar geknoopte netwerkjes. Zoals RTL-kijkers in een andere wereld leven dan VPRO-leden, en Telegraaf-abonnees in een andere dan NRC-lezers, trekken sites hun eigen groepen. Internet veroorzaakt fragmentatie, geen gemeenschappelijkheid. Als er al iets opvalt aan het hedendaagse Nederland, is het eerder de polarisering die optreedt – dan het feit dat iedereen zo fijn met iedereen communiceert.
Zouden we blij moeten zijn met een netwerksamenleving? Netwerken hadden vroeger een duidelijke functie: je ving er iets in. Vissen bijvoorbeeld, of mensen – als je een gladiator was. Inmiddels hebben we geen netwerken meer, maar zijn we de knoopjes die het net uitmaken. Maar ook dat is niet een positie waarin je je vrijheid viert. Op het moment dat de touwtjes naast je bewegen, dans je mee. De netwerksamenleving is er niet één van, of voor, oorspronkelijke denkers.
Rapper M.I.A. opent haar nieuwe album met de woorden ‘The handbone connects to the internet/connects to the Google/connects to the Government’. Of dit waar is weet ik niet, maar de overheidscensuur en het gebrek aan privacy op het internet stemmen wel tot nadenken. We leveren ons uit aan The Google.
Ik voorspel: de heruitvinding van het losgeslagen individu dat woest zijn vrijheid viert. Ik voorspel: vluchtelingen die zich radeloos verstoppen voor de alwetende tentakels van het net.
Meer columns:
- 7/3/2013 De organisatie van vraagtekens
- 19/12/2012 Back to the future
- 26/9/2012 Toekomstige kaders
- 15/5/2012 Trendbreuken in mobiliteit?
- 7/2/2012 Winkelen in ICToop Overijssel
- 11/10/2011 Column: Batavieren en Grieken
- 28/3/2011 Column: Helderheid over Eenzame Ouderen
- 6/12/2010 Column: Opleiding en Leven
- 4/1/2010 Column: De schitterende toekomst van 2010
- 1/10/2009 Column 'Catastrofaal beleid'
