Flash video kan niet worden afgespeeld.
Controleer of u een Flash player heeft geïnstalleerd en of uw browser Javascript ondersteund.

Download hier de meeste recente versie van Adobe Flash Player
home - nieuws - trendbureau nieuws - column opleiding en leven

6/12/2010 Column: Opleiding en Leven

<< terug

Column: Opleiding en Leven

Afgelopen maand verscheen ´De Nederlandse Samenleving 2010´ van het CBS. Het is een prettig vertrouwenwekkende titel. Gewone stervelingen vinden de werkelijkheid vaak maar wat moeilijk te interpreteren. Het CBS heeft geen last van dat soort twijfels. Het bureau verklaart kloek de wereld in 232 pagina´s. En bijna al die pagina´s bevatten wel een grafiek om één en ander nog eens extra te verduidelijken. We hebben maar geluk met de Limburgse rekenmeesters.

Eén van de centrale thema´s van het werk is de scheiding tussen hoog- en laagopgeleiden in Nederland. En er zijn inderdaad een opmerkelijke verschillen. Hoogopgeleiden leven gemiddeld 7 jaar langer dan mensen met een lage opleiding. Als je kijkt naar het leven zonder lichamelijke beperkingen zijn de verschillen nog groter. Een universitair opgeleide vrouw leeft gemiddeld 75 jaar zonder klachten, vrouwen met alleen basisonderwijs gemiddeld 60 jaar. Een verschil van 15 jaar! Het leven van hoogopgeleiden is niet alleen langer, het is ook beter. Ze verdienen meer. Ze kunnen hun leven beter zelf vormgeven. Ze zijn kortom, autonomer.

Ook het verschil in vertrouwen in de politiek is opmerkelijk. 74% van de laagopgeleiden vindt dat politici vooral op hun eigenbelang uit zijn, terwijl maar 24% van de hoogopgeleiden dat vinden. Laagopgeleiden vertrouwen over het algemeen maatschappelijke instituties minder, of het nu rechters, de pers of grote bedrijven zijn. De enige uitzondering hierop zijn de kerken. Die worden meer vertrouwd door de lager opgeleiden.

Deze verschillen zijn niet alleen opmerkelijk. Ze zijn ook onrechtvaardig. Natuurlijk schuilt er veel eigen verantwoordelijkheid achter deze cijfers. Mensen die gewoon te lui waren om hun opleiding af te maken, en de lol boven het werk verkozen. Of mensen die best weten dat roken of patat eten ongezond is, maar dat blijven doen. Maar aan de andere kant is verstand nu eenmaal niet gelijk verdeeld tussen mensen, net zo min als sportieve aanleg of aantrekkelijkheid. Veel mensen zullen niet van een dubbeltje een kwartje worden, hoe hard ze ook studeren. En die kunnen er dus niets aan doen dat zij minder tijd en kwaliteit van leven hebben.

Kunnen we iets aan deze onrechtvaardigheid doen? Ja. Ten eerste door alles op alles te zetten op het gebied van educatie; eruit halen wat er in zit. Gelukkig gebeurt dat ook steeds meer. Jongeren stromen steeds vaker door naar hogere opleidingen, waarbij vooral de prestaties van allochtone jongeren overigens opvallen. Het aantal jongeren zonder een startkwalificatie daalt. En ook de na-schoolse educatie groeit. Mensen leren vaker tijdens hun carriëre. De groei is niet hard genoeg, maar het is vrij zeker een groeimarkt voor Overijsselse onderwijsinstellingen.
Maar er is ook een aanvullende en tweede lijn van reactie nodig. Want hoe veel scholing er ook gegeven wordt, er zullen altijd belangrijke groepen mensen zijn zonder hoge opleiding. Bedenk dat in Overijssel nu minder dan een kwart van de mensen een HBO of hogere opleiding hebben. Twee opties lijken in ieder geval reëel.

Ten eerste een verhoging van de waardering van het lager geschoold werk. In allerlei bedrijven in Overijssel zijn ondernemers zonder hogere opleiding bezig met producten te maken – vaak op heel innovatieve wijze, en regelmatig ook voor een wereldmarkt. Iedereen plukt daar de vruchten van, in arbeidsplaatsen, in belastingen. De kenniseconomie kan, kortom, ook een economie van vakmanschap en ervaring zijn. De zorg en publieke dienstverlening zijn andere voorbeelden met dezelfde boodschap: vaak zonder hoge opleiding, maar van levensbelang en vaak (ook financieel) ondergewaardeerd.

Ten tweede moet de maatschappij toegankelijk blijven voor lager opgeleiden. De werkelijkheid lijkt steeds complexer te worden. En met de groei van het aantal hoogopgeleiden, lijkt de kloof alleen maar groter tussen mensen die wèl, en die niet met die complexiteit om kunnen gaan. En op dat moment dreigt uitsluiting van de laag-opgeleiden. Als dat gebeurt, zal het wantrouwen in de politiek toenemen. Terecht. En de bom van het ressentiment zal een keer ontploffen.

Meer columns: