Flash video kan niet worden afgespeeld.
Controleer of u een Flash player heeft geïnstalleerd en of uw browser Javascript ondersteund.

Download hier de meeste recente versie van Adobe Flash Player
home - nieuws - trendbureau nieuws - de organisatie van vraagtekens

7/3/2013 De organisatie van vraagtekens

<< terug

De Organisatie van Vraagtekens
Waarheid Niet Iets van Wetenschappers
[Gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 19-01-2013]

Er wordt veel geklaagd over het politieke debat. Het zou te hyperig zijn. Er is geen tijd voor een bezonnen oordeel of toekomstvisie, zo is de diagnose. Maar klaagzangen zijn zinloos. De wereld zal niet langzamer worden. Wij kunnen wèl anders reageren, en reflectie organiseren. Een pleidooi voor meer vraagtekens.

Het onderzoek van de overheid is gemodelleerd op het onderscheid tussen kennis, beleid en maatschappij. De wetenschap zoekt waarheid. Het beleid bepaalt wenselijkheden. En vervolgens wordt deze wil gerealiseerd in de maatschappij. Het effect van deze driedeling is versluiering van twijfel. Achter vrijwel elke beleidsbeslissing van rijk, provincie of gemeente zit onderzoek. Maar dat zien we maar ten dele. Onzekerheden en dilemma´s van de wetenschappers verdwijnen op het moment dat de bestuurder een besluit heeft genomen. Hij zal bij de verdediging van zijn beleid die onderzoeken naar voren schuiven die zijn beleid onderbouwen. De waarheid wordt geen geweld aangedaan, maar zij wordt wel langs de grimeur gestuurd. Volksvertegenwoordigers wantrouwen vervolgens het opgedofte en kreukelloze beeld. Zij hebben echter onvoldoende mogelijkheden om zelf gegevens op waarde te schatten. Het is niet vreemd dat ze elke pershype volgen. Dat is hun enige onafhankelijke bron van kennis.

De scheiding tussen kennis en beleid heeft tot gevolg dat er bij de overheid veel verstand is, maar dat het weinig wordt gebruikt. Politieke debatten zijn een uitwisselingen van eerder ingenomen standpunten. Er is een tekort aan gezamenlijk zoeken, aan twijfel.

Hoe kunnen we de verbinding tussen kennis en politiek weer herstellen? Dat zou kunnen door omvorming van een deel van de kennisinstituten van de overheid tot netwerkorganisaties waar wetenschappers, leken en politici tijdelijk samen komen om een vraagstuk te onderzoeken. In deze reflectiearena’s is men vrij om te wikken en te wegen. Na een tijd heft het netwerk zich op, en nemen de leden - wijzer van de zoektocht – het debat weer op.

Is zo´n model wereldvreemd? Nee hoor. Het bestaat al in meerdere vormen. Tijdens parlementaire en raadsenquêtes heffen we het onderscheid tussen politici en onderzoek op. Volksvertegenwoordigers gaan zelf onderzoeken. De resultaten leveren bijna altijd veel inzichten op, die het politieke debat langere tijd beïnvloeden. Het lukt de leden van enquêtecommissies vaak ook over de politieke meningsverschillen heen te stappen. De enquêtes kennen echter twee nadelen. Het zijn tamelijk zware middelen, politiek en ook in tijdbelasting. En bovendien: ze gaan altijd over iets dat in het verleden is misgegaan. Terwijl het meeste beleid over de toekomst gaat. Gezamenlijke trendanalyses en toekomstscenario’s zijn veel vruchtbaarder. Recent wees Dorette Corbey in deze krant op de Finse parlementaire commissie Toekomst (FD 12/1/2013). In Nederland gebeurt dit op regionaal niveau in Overijssel. Daar hebben de Provinciale Staten gevraagd om een onafhankelijke netwerkorganisatie die toekomstverkenningen maakt. In dat netwerk komen gemeentelijke en provinciale ambtenaren en politici bij elkaar met wetenschappers, maar ook met bedrijven, maatschappelijke organisaties en ‘gewone burgers’.

We moeten af van de gedachte dat waarheid iets is van wetenschappers. Academici hebben vaak zeer tegenstrijdige theorieën. Denk aan al die verschillende economische adviezen over de oplossing van de crisis. Of aan de landbouwdeskundigen die het oneens zijn over de beste manier van voedselproductie. Of de pedagogen die verschillende verhalen houden over de optimale opvoeding. Het is niet zo dat deze wetenschappers onzin vertellen: hun onderzoek voldoet aan de wetenschappelijke criteria. Het betekent echter wèl dat je als leek of politicus steeds weer moet bepalen wat in het hier en nu de meest betrouwbare en relevante inzichten zijn. Die taak moet je je niet laten afnemen.

Betekent dat nu dat politici bepalen wat waar is, en niet? Kunnen zij waarheden als kiezelsteentjes naar believen oppikken of weggooien? Je zou het soms denken, als je het Nederlandse poldermodel van een afstandje beziet. Belangengroeperingen bestoken elkaar en de overheid met halve waarheden en opgeklopte cijfers, en die worden vaak klakkeloos overgenomen in de politieke arena. Maar het ‘Anything goes’ van wetenschapsfilosoof Feyerabend werkt uiteindelijk toch niet. De fact-checkers zijn effectief.

De WRR formuleerde het mooi in het rapport ‘Uit Zicht’: de toekomst is open, maar niet leeg. De toekomst is niet leeg: er zijn dingen onmogelijk. Er zijn waarheden waar de gemeenschap van wetenschappers het wèl over eens is. Verwachtingen waar voldoende redenen voor zijn. Feiten waar de politiek niet omheen kan. In die zin is de werkelijkheid niet leeg. Maar hij is ook open: de toekomst is niet gedetermineerd. Binnen de ruimte van de zekerheden vallen er gaten: er is ook onvoorspelbaarheid en het onverwachte. Er kunnen zich meerdere scenario’s realiseren. Dat heeft te maken met de werkelijkheid. Die is complex. Heel veel factoren werken op elkaar in. De uitkomst is voor een deel onvoorspelbaar.
Er is niet behoefte aan meer kennis; wel aan meer wijsheid. Dat is het vermogen om algemene waarheden op goede manier toe te passen op de concrete voorliggende situatie. Dat vermogen vergroot je door mensen met verschillende achtergronden bij elkaar te brengen. De wetenschappers kunnen de betrouwbaarheid en mogelijke relevantie van beschikbare theorieën aangeven. Leken kunnen daar de blinde vlekken in opsporen en ook de kenmerken van de huidige situatie naar voren brengen. Politici kunnen de vragen stellen die vanuit het perspectief van hun idealen relevant zijn.

Als we het politieke debat fundamenteler en minder hyperig willen maken, zullen we moeten ingrijpen in de kennisinfrastructuur van de overheid. Minder rapporten, meer gezamenlijk zoeken. Minder ‘doorrekeningen’: ook dat zijn schijnzekerheden. Discussies over de vooronderstellingen van wetenschappelijke prognoses leveren meer inzicht op, en ook meer ideeën voor beleid. Minder onderzoeksbolwerken, meer netwerken waar wetenschappers, beleidsmedewerkers, politici en leken elkaar treffen.
Er zijn voldoende bestaande organisaties die dit nieuwe model kunnen oppakken. De adviesraden van het rijk bijvoorbeeld. Die zouden zich dan niet alleen op de regering moeten richten, maar op de hele maatschappij – en zeker op de volksvertegenwoordiging. En ze zouden meer als een open netwerkorganisatie moeten functioneren, terwijl zij nu toch veeleer een gesloten bolwerk van ´notabelen´ zijn. De planbureaus SCP, CPB en PBL lijken ook een mogelijkheid. Ze zijn onafhankelijk , in beginsel gericht op de hele samenleving, en hun directeuren mengen zich al in het publieke debat. Ze hebben nu alleen nog een wat te academische inslag.
Tot slot: ook universitaire wetenschappers èn de media kunnen bijdragen aan minder hypes. Krantenkolommen staan nu vol professorale eigenwijzigheden van het type ´kijk mij een mening hebben´. Dat streelt ego’s, maar heeft weinig te maken met een zoeken naar waarheid of de beste oplossing voor een probleem. Een intellectueel correctere houding lijkt mij om naast de zekerheden ook steeds te melden waar de grens van kennis ligt en onzekerheid begint. Om Socrates te parafraseren: laten we weten wat we niet weten. Dat scheelt een hoop hypes. En ja…dat betekent ook dat er meer vraagtekens in het debat zullen zijn. Terecht: de werkelijkheid is machtig ingewikkeld. We kennen hem niet door en door. En zoals de socioloog Schinkel het mooi verwoordde: ‘ Politiek is…een risicovol beslissen op basis van een door visie gecompenseerd gebrek aan informatie’.

Hans Peter Benschop leidt het Trendbureau Overijssel. Het Trendbureau is een onafhankelijk bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de politieke besluitvorming. Het bureau is een initiatief van de provincie. Benschop is filosoof.

Meer columns: