12/7/2010 Vellinga: Naar een multifunctioneel landschap
<< terug“Natuur is voor iedereen. Niet alleen voor ecologen. Maar dan moeten we er wel wat voor overhebben.” Dat is de kern van het voorstel voor een nieuw natuurbeleid, gepresenteerd door Pier Vellinga, Hoogleraar Milieuwetenschappen aan Wageningen University. Dit deed hij 1 juli tijdens zijn lezing voor De Wijzen in het Oosten-cyclus in het provinciehuis in Zwolle.
Vellinga schreef samen met een aantal onderzoekers van Alterra (kennisinstituut onderdeel van Wageningen University) een nieuw natuurbeleid, beschreven in het boekje ‘Natuur voor iedereen. Participeren, investeren en profiteren’.
Volgens de auteurs is een nieuw beleid voor natuur en landschap noodzakelijk omdat het huidige natuurbeleid onvoldoende aansluit op de maatschappelijke ontwikkelingen en prioriteiten. En ook staat de landbouw structureel onder druk vanwege de lage voedselprijzen op de wereldmarkt en de dure grond.
Multifunctioneel landschap
In het nieuwe natuurbeleid staat het multifunctionele landschap centraal. Volgens Vellinga moeten we het landschap op meerdere manieren gebruiken. Vooral in Oost-Nederland is er sprake van een zogenaamd ‘luwtegebied’, dat wil zeggen dat het niet aantrekkelijk is voor landbouw of andere functies. “Vanuit traditionele partijen als natuur en landschap, water, recreatie en wonen is er nauwelijks vraag naar ruimte in Oost-Nederland vergeleken met andere regio’s. De concurrentiepositie van de Oost-Nederlandse landbouw ten opzichte van die in andere regio’s in Nederland is laag.”
Niet rooskleurig
Als we doorgaan zoals het nu gaat, ziet de toekomst voor Overijssel er niet rooskleurig uit, zegt Vellinga. “Het landschap zal verrommelen en verruwen. De economie op het platteland zal achteruitgaan.” En ook de Europese subsidies zullen drastisch minder worden. Dit is het gevaar als het zogenaamde sectorbeleid van Brussel verandert in een gebiedenbeleid. Als de subsidies worden toegekend aan ‘maatschappelijk waardevolle gebieden’ zal Overijssel niet in de prijzen vallen, verwacht Vellinga. “De meeste maatschappelijk waardevolle gebieden zitten in het westen.”
EHS en Natura 2000
Volgens Vellinga wordt er teveel onnodig geld gestopt in de bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000. “Dat geld kun je veel beter besteden als je het over de rest van Nederland uitsmeert. Ook gebieden buiten de EHS en Natura 2000 bergen veel biodiversiteit. De EHS stagneert en kost veel geld; EHS en Natura 2000 zijn in wezen defensieve concepten die te weinig zijn geïntegreerd in de maatschappelijke ontwikkelingen en in duurzame ontwikkeling.”
Driesporenbeleid
We moeten daarom van een sectoraal en defensief beleid naar een integraal en participatief beleid, vindt Vellinga. Dat vertaalt zich in een landschappelijk driesporenbeleid, met ecosysteemdiensten als leidend principe. Nederland wordt daarin verdeeld in drie landschappen: natuurlandschap, multifunctioneel landschap en landbouwlandschap. Vooral het multifunctionele landschap is dus van belang. “Zorg voor een combinatie van recreatie, gezondheid en zorg, waterberging, koolstofberging, streekeigen producten, landschap om in te wonen en te leven zoals nieuwe landgoederen. En laat de regionale markt zijn werk maar doen. De omwonenden dragen mede het landschap. En leg de regie bij de lokale en regionale overheden (de gemeenten, provincie en waterscahppen).”
Ecosysteemdiensten
Het huidige natuurbeleid is een sector op zich, die concurreert met andere sectoren, ziet Vellinga. “Dat zou niet moeten. Je moet het natuurbeleid integreren in het woonbeleid, het recreatiebeleid en ondernemersbeleid. Dat kun je doen door het benoemen van zogenaamde ecosysteemdiensten: voor wat hoort wat. Dus het betalen voor natuur. Nu zien we natuur als luxe en filantropie, maar we moeten eraan wennen dat het net zo normaal moet zijn om voor de instandhouding van het landschap te betalen als voor bijvoorbeeld theater.”
Bekijk hier de volledige presentatie van Pier Vellinga.
