Flash video kan niet worden afgespeeld.
Controleer of u een Flash player heeft geïnstalleerd en of uw browser Javascript ondersteund.

Download hier de meeste recente versie van Adobe Flash Player
home - verdieping - wijzen in het oosten - nico wilterdink

Nico Wilterdink

Nico Wilterdink is hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van
Amsterdam en o.a. auteur van het boek ‘Samenlevingen’. 

“Gelijkheid is goed voor iedereen!”

Sociaal economische ongelijkheid… wat is dat? Hoe zit dit in Nederland? Kunnen we hier iets aan doen of veranderen wij langzaam in een land als Amerika?

Hierop gaf Nico Wilterdink zijn visie in een lezing over sociale ongelijkheid. Nico Wilterdink is hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam en o.a. auteur van het boek ‘Samenlevingen’. Met sociale ongelijkheid wordt de ongelijkheid in inkomen, bezit, arbeids- en levenskansen bedoeld. ‘We hebben het vaak over het inkomen, omdat dit goed te meten is’ vertelt Wilterdink, ‘maar het onderwerp is dus breder. Als je naar het verleden kijkt, zie je dat vanaf de eerste wereldoorlog de inkomensverschillen zijn afgenomen. Deze trend duurde tot aan het begin van de jaren tachtig. Toen sloeg dit om en werden de inkomensverschillen weer groter. ‘

Ongelijkheid
Sociaal economische ongelijkheid is een fenomeen dat internationaal voorkomt. Je ziet deze trend in een gematigde vorm ook in Nederland. Wilterdink: ‘Het begon hier in 1983. Het regeringsbeleid veranderde als reactie op de recessie, werkloosheid, slechte economie, stijgende loonkosten, belastingen en premiedrukken. Hoge loonkosten zorgden ervoor dat steeds meer bedrijven naar het buitenland vertrokken. Om hier iets aan te doen nam de overheid een aantal maatregelen. Denk hierbij aan lagere en minder uitkeringen, loonmatiging en een verlaging van de winstbelasting. Dit was het begin van de denivellering en dit heeft doorgezet.’

Globalisering
Een doorslaggevende factor in dit alles de globalisering van de economie. Nationale economieën werden steeds meer beïnvloed door internationale krachten. Kijk bijvoorbeeld naar Westerse landen die produceren in lage loon landen. Het gevolg van deze globalisering was een toename van mobiliteit, goederen, mensen en vooral kapitaal. Dit alles werd bevorderd door technologische ontwikkelingen.

Afhankelijk
Volgens Wilterdink worden landen steeds meer afhankelijk van de internationale financiële sector. ‘Er is een grote druk op bedrijven om hun winsten en de waarde van hun aandelen te maximaliseren. Het stijgen van de winst gaat vaak ten kosten van de arbeidsvoorwaarden en het loon van de gewone werknemers. Het doel is de lonen laag te houden en onrendabele producten en bedrijfsonderdelen af te stoten. Deze trend zorgde ervoor dat ‘het kapitaal’ steeds sterker werd en de arbeid aan macht verloor. Als reactie hierop gingen landen onderling concurreren met gunstige bedrijfsklimaten, belastingen en winst.

Verzorgingsstaat
Maar hoe kan het dat de sociaal economische ongelijkheid per land verschilt? Waarom is dit in de Verenigde Staten een veel groter probleem dan hier in west Europa? ‘Dat heeft vooral te maken met het verschil in de manier van denken’ aldus Wilterdink. ‘In Amerika heerst de gedachte dat als jij je best doet, je kunt bereiken wat je wilt. Men gaat uit van een vrije wereld, een vrije markt en zo min mogelijk overheidsoptreden. Wat begon tijdens de presidentsperioden van Bush senior, werd vervolgd tijdens Clinton en Bush junior. Nederland heeft een andere historische ontwikkeling dan Amerika. Wij daarentegen, hebben ons ontwikkeld tot een verzorgingsstaat en weten dit aardig in stand te houden. Hier heerst juist weerstand tegen denivellering. Toch begint het hier wel een beetje, zij het in een gematigde vorm. Zo hebben wij bijvoorbeeld ook particulier onderwijs tegenwoordig.’

Gevolgen ongelijkheid
Je kunt iets aan economische ongelijkheid doen. Prikkel mensen om in actie te komen! Is er schaarste aan talenten, stimuleer mensen om die tak van sport in te gaan. Sinds de jaren 80 heerst er een dilemma: we streven naar economische groei, ontwikkeling en werkgelegenheid, maar we willen ook gelijkheid,’ vertelt Wilterdink.‘ Economische ongelijkheid brengt kosten met zich mee. Wanneer er grote ongelijkheid heerst, neemt de prikkel om iets te bereiken af. Dit zie je in Amerika. De Amerikaanse ideologie (doe je best dan bereik je alles) zorgt juist voor een toename van ongelijkheid in kansen. De rijkste klasse is daar een soort niets doende klasse geworden. Zij hebben zoveel geld dat ze niet meer hoeven te werken. Dit geven ze door aan hun kinderen. Terwijl de bestedingen in Amerika minder worden en het overgrote deel van de bevolking achteruit gaat of stilstaat in de ontwikkeling, hoopt het geldkapitaal zich in de bovenlaag op. Dit geld wordt gebruikt voor hypotheekleningen en het wordt als krediet aan ‘gewone mensen’ verstrekt. Dit draagt juist weer bij aan de recessie.

Sociale problemen
Daarnaast levert het ook sociaal maatschappelijke problemen op. Er vormen zich zogenaamde stedelijke getto’s en community’s voor welgestelden. Met hekken en toegangspoorten. De angst bij rijken voor de armen groeit. Dit bevordert het gevoel van wantrouwen tussen deze bevolkingsklassen. En een groei van ongelijkheid in kansen voor armen en rijken. Deze ongelijkheid creëert spanning en brengt maatschappelijke kosten met zich mee. Daarom is gelijkheid goed voor iedereen.’

Toekomst
Hoe ziet Wilterdink de toekomst voor zich? ‘Dit is moelijk te voorspellen. Gezien de huidige wereldmachten denk ik dat er een lichte toename van ongelijkheid zal zijn. Maar wel op een gematigde manier. Dit is niet onvermijdelijk, het hangt af van politieke verhoudingen en de politieke keuzes die gemaakt gaan worden. Vroeger was ik pessimistischer over de toekomst dan nu. Ik zie nu dat het wonen in een verzorgingsstaat economische voordelen heeft. De denivellering is hier lang niet zo dramatisch als in de Verenigde Staten.’

En Overijssel dan?
‘Overijssel kan geen eigen beleid op economische gelijkheid voeren. Daarvoor is de provincie teveel onderdeel van Nederland.’ aldus Wilterdink. ‘Maar wat de provincie wel kan doen is door het aanbieden van bepaalde opleidingen de arbeidsmarkt te beïnvloeden en hierdoor iets doen aan de inkomensverhoudingen in Overijssel.’