Een overzicht van 23 trends voor de provinciale statenverkiezingen 2019 in Overijssel

 

Het Trendbureau publiceerde in 2017 de Trendcurve voor de gemeenteraadsverkiezingen. Die Trendcurve is nu geactualiseerd voorafgaand aan de verkiezingen van provinciale staten en van de waterschappen. U kunt de Trendcurve lezen als een top drieëntwintig aan trends voor de periode 2019-2023.

 

Vindt u dat u er baat bij heeft actief en alert te reageren, ook als ontwikkelingen nog maar pril zijn en misschien onzeker? De Trendcurve is gemaakt om die afweging te kunnen maken. Het belangrijkste doel van de Trendcurve is om plausibel te maken waarom sommige ontwikkelingen van belang zijn en andere minder. Er valt dus zeker over te discussiëren en we nodigen u dan ook nadrukkelijk uit dat te doen.

 

De energietransitie, circulaire landbouw, robuuste natuur, klimaatadaptatie, wonen: er komen allerlei grote ontwikkelingen op het Overijssels landschap af. Vaak worden deze ontwikkelingen in isolatie beschouwd. Maar wat zien we als we ze combineren? Hoe ziet het Overijssels landschap er in 2050 uit? De beantwoording van deze vraag is complex: het gaat over een lange tijdsperiode, en op tal van terreinen zullen zich ontwikkelingen voordoen die we niet voorzien. Toch…ook nu al nemen we besluiten die effect zullen hebben op het landschap van de toekomst. Is het daarom niet verstandig om te kijken hoe Overijssel er uit zou kunnen zien?

De toekomstverkenning over landschap wordt door AtelierOverijssel en het Trendbureau Overijssel gezamenlijk uitgevoerd. In deze verkenning worden een viertal scenario’s ontwikkeld. De scenario’s hebben als doel om een maatschappelijke discussie in gang te zetten over het landschap in 2050.

 

 

Bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten vaak beslissen in onzekerheid. Veel beleidsopgaven zijn complex en ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar. Dat vraagt flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Maar hoe maak je adaptief beleid? Het Trendbureau Overijssel illustreert adaptief beleid aan de hand van verkeer en vervoer. De wetenschappelijke literatuur onderscheidt vier soorten adaptief beleid: adaptief plannen, leren, voorbereiden en monitoren. We schetsen deze soorten overzichtelijk en geven aan wanneer u welk type zou kunnen toepassen.

 

U kunt de verkenning bestellen bij het Trendbureau. U kunt hem ook hier downloaden.  Het Trendbureau kan indien gewenst een workshop adaptief beleid verzorgen.

 

De verkenning is voor een deel gebaseerd op een trendanalyse en scenariostudie die in samenwerking met Ed Graumans is gemaakt. Die kunt u hier downloaden.

 

Vincent Marchau (werkzaam aan de Radboud Universiteit en de TU Delft) heeft een basisdocument geschreven over adaptief plannen. Dat kunt u hier downloaden.

 

Het Trendbureau heeft aan Bart Kuipers (Erasmus Universiteit) gevraagd een essay te schrijven over ontwikkelingen in het goederenvervoer. Dat kunt u hier downloaden.

Het klimaatverdrag van Parijs gaf de energietransitie een flinke impuls. Daar kwam het recente besluit om te stoppen met de gaswinning in Groningen nog eens bij. Het huidige kabinet wil de uitstoot van klimaatgassen in 2030 met 49% verminderd hebben ten opzichte van 1990. De provincies en gemeenten hebben zich in het Interbestuurlijke Programma (IBP) aan deze doelstelling verbonden. Er is de komende jaren dus veel werk aan de winkel. We zullen meer duurzame energie opwekken, woningen gaan van het aardgas af en ook het verkeer en de landbouw zullen veranderen. Welke keuzeruimte hebben we daarbij als overheden in Overijssel? Dat is de centrale vraag in de toekomstverkenning energie. Er zijn trends waar u gebruik van kunt maken en rekening mee moet houden. Er zijn ook onzekerheden. In die ‘open, maar niet lege´toekomst zult u uw besluiten nemen. De toekomstverkenning omvat de volgende documenten:

 

De landelijke kennisinstituten zoals het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwen al een aantal jaren voor toenemende verschillen. Het gaat om inkomen en vermogen, maar ook verschillen in waarden, normen en opinies. We lijken lastig om te kunnen gaan met die verschillen. De discussies rond Zwarte Piet zijn buitengewoon fel. Hetzelfde geldt voor de debatten over de komst van vluchtelingen.

 

In deze verkenningen willen we ten eerste feit en fictie van elkaar scheiden. Welke verschillen zien we toenemen in Overijssel, en welke niet? Bovendien analyseren we de dynamiek achter de toenemende verschillen. Is individualisering en de opkomst van de netwerkmaatschappij de drijvende kracht? Of gaat het om economische ontwikkelingen of de opkomst van de ´meritocratie´, waarbij het opleidingsniveau steeds belangrijker wordt?

 

Ten tweede willen we aangeven hoe we in de toekomst als Overijssel zouden kunnen reageren op toenemende verschillen. Wat kan de overheid doen? Welke andere partijen zijn cruciaal?

 

We geven de toekomstverkenning op verschillende manieren vorm. We vragen deskundigen om enkele invalshoeken uit te werken. We vragen aan scholieren welke ontwikkelingen zij zien. We organiseren gesprekken in heel Overijssel tussen mensen die op één of andere manier met groepen en de maatschappij bezig zijn: van geestelijken tot organisatoren van festivals, van buurtsportcoaches tot de vereniging van huisvrouwen.

 

Tot slot, is er ook een wetenschappelijke klankbordgroep samengesteld met Hans Boutellier (Verweij Jonker Instituut), Maarten Doorman (Universiteit Maastricht), Pieter Tops (Universiteit Tilburg), Lotte Vermeij (SCP) en Lidwien van de Wijngaert (KUN). Deze klankbordgroep ´delen´ we met Brabant Kennis, een zusterorganisatie in Brabant die een vergelijkbaar project heeft lopen.

Gemeenteraadsverkiezingen gaan over lokale zaken. Veel van die lokale zaken worden echter bepaald door ontwikkelingen die van buiten op gemeenten afkomen. Dan is de vraag: hoe gaat u daarop reageren? Denkt u: ´we kijken wel wat ´t wordt´? Of vindt u dat uw gemeente er baat bij heeft actief en alert te reageren, ook als ontwikkelingen nog maar pril zijn – en misschien onzeker?

 

De Trendcurve is gemaakt om die afweging te kunnen maken. In de Trendcurve worden de ontwikkelingen getoond die de komende vier jaar de aandacht van het gemeentebestuur zullen vragen. Ook wordt weergegeven wanneer ontwikkelingen langzamer gaan dan veel mensen denken. Dan hoeft u daar geen aandacht aan te schenken – of juist wel, wanneer u gehoopt had dat de betreffende ontwikkeling snel zou doorzetten.

 

In 2016 is de toekomstverkenning ‘Zorgen voor Overijssel’ afgerond. Het kenmerkende van deze verkenning is dat de beslisruimte op lokaal en regionaal niveau in kaart is gebracht – gespecificeerd voor de situatie in Overijssel. Het doel van de verkenning is om politieke en bedrijfsmatige keuzes in Overijssel te helpen. De tijdshorizon van de verkenning is dan ook beperkt. We schetsen de ontwikkelingen die tot pakweg 2025 aan de orde zijn, met slechts hier en daar doorkijkjes naar verdere horizonten. De verkenning gaat bijvoorbeeld niet in op de mogelijkheid van zeer sterke levensverlenging.

 

De verkenning bevat reflecties over de begrippen zorg en gezondheid, een trendanalyse met feitelijke ontwikkelingen die we zien gebeuren en waarvan wij denken dat ze in de nabije toekomst belangrijk zullen zijn. En er worden enkele perspectieven geschetst over hoe de zorg en ondersteuning op regionaal niveau er uit zou kunnen zien.

Deze toekomstverkenning is een uitnodiging om anders dan gebruikelijk met de toekomst om te gaan. Actiever en minder afwachtend. Te vaak missen mensen, bedrijven en regio ́s kansen, omdat we veelal denken dat de wereld de lijnen uit het verleden zal doortrekken. Dat is niet zo. Er zijn trendbreuken, waar de ontwikkelingen de komende 15 jaar anders zullen verlopen dan de afgelopen jaren. Er zijn ook omslagpunten: zichzelf versnellende ontwikkelingen die voor een compleet nieuwe realiteit kunnen zorgen. Het is belangrijk om op die mogelijke toekomsten te anticiperen. Hoe? Daarover gaat de verkenning ́Waar verdient Overijssel zijn geld mee in 2030? ́.

We hebben een heel divers landschap verkend. De cultuursector in Overijssel gaat niet alleen over culturele hoogstandjes zoals het Museum de Fundatie en het GOGBOT-festival, maar ook over schuur- en oogstfeesten. Het gaat ook over immaterieel erfgoed zoals het gedachtengoed van de Moderne Devotie en het gevoel van ‘Wij zijn Twente’. En het gaat ook over het realiseren van cross-overs tussen de UT, de maakindustrie in Twente en ArtEZ/AKI.

De woningmarkt zit in een overgangsperiode. De wereld van vóór 2008 komt waarschijnlijk niet meer terug. Wat er voor in de plaats komt weten we nog niet. We zitten in een tussenfase die zich vooral kenmerkt door stagnatie. Er is een grote terugval in nieuwbouwproductie. Kopers zijn schaars en huizenprijzen zijn sterk gedaald. De corporaties en commerciële verhuurders hebben te maken met een verhuurdersheffing en een onduidelijke toekomst. Veel bouwbedrijven en ontwikkelaars gaan failliet. Overheden kijken tegen af te waarderen grondposities aan, banken tegen de verplichting om meer eigen vermogen in huis te hebben, huiseigenaren tegen te hoge hypotheken. Tegelijkertijd is er sprake van belangrijke beleidswijzigingen bij het rijk. En…zijn er óók de eerste signalen dat Nederland langzaam uit de crisis kruipt. Is er licht aan het eind van de tunnel? De vraag is wat wij zien als we verder lopen.