17/02/2015

De gouden rand van Nederland

Vorige maand verscheen een interessant artikel in de Economisch Statistische Berichten (ESB): de economische vitaliteit van kleine kernen [1]. Wat bleek? De groei van het aantal banen in kleine kernen (tot 2000 woningen) is hoger dan van Nederland gemiddeld.

 

In de periode 2000 tot en met 2010 was de groei in Nederland 14%; in kleine kernen groeide het aantal banen 17%. En, als klap op de vuurpijl, de groei van het aantal banen in kleine kernen in de periferie van Nederland is harder dan elders: 21,8%. De auteurs, werkzaam bij de Vrije Universiteit en het Planbureau voor de Leefomgeving, suggereren dat het hierbij om ´cottage industries´ zou kunnen gaan: kleinschalige, vaak creatieve, bedrijven aan huis met een bovenlokaal werkgebied. Overigens was de groei van het aantal banen in grotere kernen (2000-8000 woningen) wel kleiner dan in Nederland als geheel. .
Dit onderzoek toont aan dat we niet in sjablonen moeten denken over de vitaliteit van regio´s. Ja, er is een trek naar de stad. Ja, bevolkingskrimp doet zich vooral aan de periferie van Nederland voor. Nee, dit betekent niet per se dat de regio´s aan de rand van Nederland het economisch slecht doen.
De volgende vraag is natuurlijk: kunnen we ´de periferie´ verder omlijnen. Hoe zit het in Overijssel? Doet ´onze´ periferie het even goed als elders? En: klopt de hypothese van de auteurs, namelijk dat het om cottage industries gaat? Die vragen gaan we oppakken in de verkenning ´Waar verdient Overijssel zijn Geld mee in 2030?´

 

Voetnoten:

  1. Arjen Slaakweg (Vrije Universiteit Amsterdam), Femke Daalhuizen (Planbureau voor de Leefomgeving), Eric Koomen (Vrije Universiteit Amsterdam), De Economische Vitaliteit van kleine kernen, ESB 100 (4701), 8 januari 2015 p. 20-23. Het artikel is te bereiken via  http://www.economie.nl/sites/default/files/024-027_SLAAK.pdf