23/02/2017

De kunst van het ongelijk geven

Nederland staat bekend als consensusmaatschappij. Vraag elke expat waarover hij zich verbaasd heeft in ons landje, en gegarandeerd staan onze vergaderingen in de top-3. De baas vertelt niet hoe het moet, nee…hij luistert naar hoe wij denken dat het moet – en begeleidt het eindeloze proces naar een gezamenlijke conclusie.

 

In het politieke debat lijken we de laatste jaren van model veranderd. Consensus is verruild voor conflict. Zwarte Pieten, AZC’s, Marokkanen: in de discussies zoeken we naar de extremen, niet naar het midden.

 

Hoe gaan we daarmee om? Susanne Geuze heeft er een essay over geschreven. Ten eerste relativeert zij de diagnose. Weliswaar worden partijen aan de uiteinden van het spectrum groter, maar tegelijkertijd is er in Nederland nog steeds een grote zwijgende meerderheid. Het is een groep die smacht naar minder schrille geluiden. Mensen met extreme meningen spreken het luidst en krijgen de meeste aandacht. Wellicht, zo is haar gedachte, is het goed om als bestuurder daar niet je aandacht op te richten, maar veeleer op de poging het zwijgende midden in de discussie te brengen.

 

Haar tweede betooglijn is uitdagender. Het is niet erg dat mensen van mening verschillen – het is erg dat we er niet mee om kunnen gaan. De kunst is om te constateren dat we het niet eens gaan worden – en toch een besluit te nemen. Dat kan alleen langdurig goed gaan als we ook de mensen in hun waarde laten die nu geen gelijk krijgen. Door goed te luisteren. Door het eens te worden over de rituelen van de besluitvorming. En door niet altijd je hele gelijk te halen.  Het SCP constateerde het al eerder: Nederlanders zijn geneigd gezamenlijke waarden belangrijk te vinden – terwijl gezamenlijke omgangsvormen wellicht belangrijker zijn voor de democratie [1].

 

 

Voetnoot:

  1. https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2016/Gedeelde_waarden_en_een_weerbare_democratie