19/03/2015

De stad als economische motor?

Wetenschap en retorica staan van oudsher op gespannen voet met elkaar, en dat lijkt in toenemende mate het geval bij de Agenda Stad. Het rijk werkt aan die agenda. Dat gebeurt om meerdere redenen, maar de eerste is dat steden ´in toenemende mate de groeimotor zijn van de economie´[1]. Is dat zo? Recent verscheen de CPB- PBL notitie ´De Economie van de Stad´[2]. Die laat een aanzienlijk genuanceerder beeld zien.

 

Steden kennen agglomeratievoordelen. De arbeidsproductiviteit van bedrijven en mensen in steden is hoger dan elders. Het CPB en het PBL constateren echter dat deze voordelen maar een relatief  kleine factor te zijn bij productiviteitsgroei.  Drie belangrijker oorzaken zijn  technologische ontwikkeling, onderwijs en concurrentie op productmarkten. Technologische innovatie en onderwijs vinden weliswaar vooral in de stad plaats, maar ´…het is echter duidelijk dat effect van agglomeratie, ten opzichte van deze drie effecten tezamen, beperkt is. Door dit beperkt effect gaat een hogere economische groei niet als vanzelf gepaard met een geconcentreerde ontwikkeling van wonen en werken in één of enkele grote steden, maar kan ook goed gepaard gaan met een meer gespreide ontwikkeling in meerdere kleine steden´ (p. 20). Dit spoort met de recente bevinding in Brabant dat de werkgelegenheidsgroei sinds 1998 in kleinere gemeenten groter is dan die in de grote of middelgrote steden [3] – een fenomeen dat ook elders lijkt plaats te vinden.

 

De onderzoekers constateren  verder dat in de jaren zeventig  hoge nationale productiviteitsgroei juist samenging met ruimtelijke spreiding. Toen de steden later harder gingen groeien dan het landelijk gemiddelde, ging de productiviteitsgroei omlaag [4]. Je zou bijna denken dat het CPB en PBL op dat moment een anti-stedenbeleid promoten, maar dat is natuurlijk niet zo. Zij schetsen vooral onzekerheid. Die hangt samen met de technologische ontwikkeling. Het is vooral onduidelijk of ICT in de toekomst een convergerende of divergerende werking zal hebben, zoals de scenariobouwers van het CPB ook betoogd hadden in ´The Netherlands of 2040´ [5].

 

Een Agenda Stad kan razend interessant zijn,maar niet op basis van retorica over groeimotoren. Er zijn veel belangrijke stedelijke vraagstukken: van de impact van ICT tot tweedeling, van de sturing tot de relatie tussen stad en land – zoals onder andere het project ´Filosofen agenderen de Stad´ laat zien [6]. De gebruikelijke economische argumentatie van de Agenda Stad verdient in ieder geval heroverweging en precisering.

 

Voetnoten:

  1.  http://agendastad.nl/over-agenda-stad/
  2.  http://www.pbl.nl/nieuws/nieuwsberichten/2015/de-economie-van-de-stad
  3. Olden en Atzema, Midsize Brabant, een essay, 2015, blz. 16: http://issuu.com/brabantkennis/docs/pnb_essay_1_web_2 
  4. Zie blz. 23 van de notitie.
  5. Zie http://www.nl2040.nl/
  6. Een project van Platform 31, RUIMTEVOLK, Gemeente Amsterdam, Filosofiemagazine, BZK en het Trendbureau Overijssel. Zie http://www.platform31.nl/ruimte/agenda-stad/nieuws-artikelen-verslagen/filosofen-agenderen-de-stad/