Congres Cultuur

Congres Cultuur 2015

Op 3 december organiseerde het Trendbureau Overijssel een bijeenkomst over de toekomst van de samenleving en de betekenis van cultuur hierin. Zo benadrukt Minister Bussemaker nu de ‘maatschappelijke betekenis’ van kunst en cultuur. Maar wat is dat precies? Welke maatschappelijke ontwikkelingen bepalen de toekomst van kunst en cultuur? En andersom… hoe gaan kunst en cultuur de toekomst van Overijssel scheppen? Tijdens de bijeenkomst gaven Paul Schnabel, Lucas de Man en Verily Klaassen hun standpunten over de fluïde uitdagingen van de toekomst.

Lezing Paul Schnabel

Paul Schnabel plaatst Overijssel in groter verband en start zijn verhaal met het succes van Amsterdam en de Randstad. Ter indicatie: Amsterdam faciliteert als culturele hotspot in Nederland meer dan 10.000 bezoekers per dag in de grote musea rondom het museumplein! Dat is uniek in Nederland.

 

Vergelijk Boymans van Beuningen, één van de beste musea met 250.000 tot 270.000 bezoekers per jaar. En dat is een topprestatie, want in Amsterdam komen vooral dagjesmensen en buitenlandse bezoekers en in Rotterdam vooral Nederlands publiek. Dat is in Overijssel niet anders. Vergelijken met Amsterdam of het Manhattan van New York heeft geen zin

 

Verhoudingsgewijs sterk Overijssels profiel
Nederland heeft echter een enorme dichtheid en verspreide beschikbaarheid aan cultuur, en dat is in Overijssel niet anders. De Fundatie is een nationaal succes. De Librije levert kunstwerken om te eten en Waanders boekhandel is ook interessant om te zien. Toch is er altijd de zorg: trekken we wel voldoende mensen?

 

Overijssel is niet een makkelijke provincie om culturele voorzieningen in stand te houden. Het grootse deel van de klandizie op het terrein van kunst en cultuur is immers hoog opgeleid en ouder dan 65 (andersom zijn mensen met een hoge opleiding niet per se je doelgroep: in het spitsuur van het leven consumeren hoger opgeleiden weinig kunst en cultuur). De niet zo hoog opgeleide en gevestigde bevolking, geen echt grote steden, een orthodox protestante achtergrond en geen internationaal toerisme maken het draagvlak zwak…..

Lees verder

Lezing Lucas de Man

Lucas de Man maakt ontwapenend contact met het publiek met zijn ‘U bent karig met applaus!’ en ‘Pas op ik heb een positief verhaal’. Kern van het betoog van de Man is zijn streven om de publieke ruimte geen plek van consumptie te laten zijn, maar een plek van ontmoeting’.

 

De nieuw soort kunstenaar is volgens de Man ‘de creator’. Iemand die professioneel creatief is en daar hoef je geen kunstopleiding voor te doen. In iedereen kan een creator schuilen. Een creator creëert zonder compromis, verbindt met en door het project (wat hij doet) en zoekt per project het juiste publiek. Het doel van de creator is ont-moeten (niet moeten), zowel naar jezelf als naar de ander of de wereld, want ‘de mens wil gezien en gehoord worden’ en dat ‘krijg je van de creator’ zegt De Man.

 

De Man vertelt over een aantal van zijn creaties ofwel Urban Actions. Zo vroeg hij onder andere aandacht voor eenzaamheid voor ouderen door een oude dame in rolstoel op een bushokje te plaatsen (en te kijken of mensen haar gezamenlijk zouden helpen), maakte een voorstelling over bejaarden en begeerte (alleen toegankelijk voor 65-plus), ontwikkelde Fight Club waar het publiek zelf mocht vechten en Wij Varkenland over de identiteit. Daarbij heeft hij bijvoorbeeld met een 1000 kg gouden varken door Belgie getrokken.

 

Zijn producties werden regelmatig verkocht aan de gekozen doelgroep waar de voorstelling over ging: bejaardentehuizen, de agrarische sector, en vele anderen…..

Lees verder

Verily Klaassen legt uit welke betekenis kunst en cultuur voor de Rabobank heeft en hoe dit is verschoven in een tijd dat de nodige bedrijven hun collecties van de hand doen.

 

Als introductie op het ‘Rabobeleid’ beschrijft Klaassen hoe het wat shockerende kunstwerk ‘Shooting lesson, seht der Mensch’ van Folkert de Jong (Utrecht) door de bank werd ‘verbonden’: gastvrouwen kenden het verhaal en er kwamen lezingen over het werk.
Waar banken kunst voorheen zagen als een decoratief element, vinden banken het belangrijk zich met de maatschappij te verbinden en daar hoort voor de Rabobank een kunstcollectie bij.

 

De Rabobank verzamelt sinds 1984 na-oorlogse kunst en heeft 1250 werken in haar kerncollectie op de locaties: Utrecht, Eindhoven, Zeist en Best.
Drie verhaallijnen geven richting in het aankoopbeleid: condition humaine, engagement, en conceptueel (mens, omgeving en idee). Verder bepalen kwaliteit, eigenheid en het verzamelen van opeenvolgende generaties het ambitieuze aankoopbeleid. Inmiddels is de collectie zo waardevol dat het probleem ontstaat dat niet alles meer eenvoudig in de bankgebouwen getoond kan worden. Gelukkig leent de Rabobank ook uit aan o.a. musea.

 

Klaassen laat aan de hand van voorbeelden zien tot welke ver uiteenlopende aankopen de 3 verhaallijnen geleid hebben. Aansprekend is het kunstwerk ‘Beauty beats violence’ die couturejurken toont die zo sterk zijn dat zij donkere vrouwen beschermen tegen de honden van skinheads. De conceptuele film van Guido van der Werve, waarin hij 12 uur rond zijn Finse huis filmt, is van een totaal andere orde. De Rabobank is niet benauwd om kunst aan te schaffen die je wellicht niet direct omarmt…..

Lees verder

Foto verslag

Tijdens het jaarcongres zijn veel foto’s gemaakt. Deze foto’s zijn te bekijken en te downloaden via onze Flickr pagina.