08/09/2016

Leve de participatiemaatschappij!

Goed nieuws over de participatiemaatschappij: hij werkt! In ieder geval in kleine dorpen. Midden in de zomer publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau´De dorpse doe-democratie´[1] . De krachtige beginrijm van de titel bevestigt de conclusie. Het beeld overheerst ´van een platteland dat openstaat voor een samenleving met een grotere rol voor inwoners.’.

 

Het rapport is belangrijk want het weerspreekt een angst van deskundigen. Namelijk dat de participatiesamenleving grotere ongelijkheid zou betekenen. Immers, zo luidt de redenering, sommige groepen zijn effectiever in het realiseren van hun idealen dan anderen. Ze verwoorden hun wensen makkelijker, hebben de netwerken, etc.

 

Het SCP meet niet veel verschillen in wat diverse groepen bewoners belangrijk vinden als het gaat om de leefbaarheid van kleine dorpen (het onderzoek gaat over dorpen met minder dan 3000 inwoners). Er zijn wel verschillen in de mate van activiteit. Maar ook de minder actieve mensen waarderen het werk van hun medebewoners. Een een meerderheid van 55% van de ondervraagden vindt dat bewoners meer te zeggen zouden moeten hebben [2].

 

Is er dan alles koek en ei op het platteland? Nou, dat ook weer niet. De dorpelingen zijn minder te spreken over de gemeenten. 43% van de ondervaagden vindt dat gemeenten open staan voor initiatieven van dorpelingen. Dat is een minderheid. Ook over de effectiviteit van de dorpsraad wordt door een meerderheid getwijfeld. Ook in Overijssel zie je tegenwoordig vaak dat allerlei verschillende groepen in dorpen actief zijn.

 

Voetnoten:

  1. https://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2016/De_dorpse_doe_democratie
  2. Overigens gaat dit rapport niet in op onderlinge zorg in dorpen. Daar heeft het SCP recent andere studies over gepubliceerd.