07/07/2011

Tubantia: Laat de jeugd de hemel bestormen

  • Dit artikel verscheen op 7 juli 2011 in de Tubantia

De jongeren van nu lijden aan zelfoverschatting. Zij zijn niet solidair, zijn snel gefrustreerd en materialistisch. Zij hebben bovendien een narcistisch zelfbeeld: het is geen vrolijk plaatje dat de auteurs van het boek ‘De Grenzeloze Generatie’, Spangenburg en Lampert, van de huidige jeugd schilderen. Er komt een generatie aan die nooit eens een tik op vingers
heeft gehad. Die alles mocht, en waarbij ook alles kon, omdat de bomen tot in de hemel groeiden. Geschrokken door zoveel onheil belegde het Sociaal Cultureel Planbureau de afgelopen week een congres ‘Nederland in generatieperspectief’. Een zaal vol deskundigen boog zich over de jeugd. Overigens waren de studieobjecten zèlf kennelijk niet uitgenodigd.
De gemiddelde leeftijd was ruim boven de veertig jaar. Is het waar, dat van die grenzeloze jeugd?

Men werd het er niet over eens. Geklaag over de jeugd is van alle tijden. Jongeren zijn misschien gewoon iets minder wijs dan ouderen. Dat hoeft niets met generaties te maken te hebben; het kan ook aan de leeftijd zèlf liggen. Misschien verdwijnt het materialisme wel net zo vanzelf als jeugdpuistjes. En bovendien: is het niet zo dat de omstandigheden gewoon heel anders dan vroeger zijn? Als mensen welvarender worden, lijken zij al snel materialistischer. Jongeren willen merkkleding, ja. Maar ze hebben ook meer geld dan vroeger. Ook dat hoeft geen generatiekwestie te zijn. Ouderen zijn óók kieskeuriger dan weleer. En inderdaad, het SCP vond in onderzoek verrassend weinig verschil tussen jong en oud. Ouders brengen hun waarden over op hun kinderen. En dat lukt ze goed.

Over één ding waren de wetenschappers het wel eens. Namelijk dat de verschillen binnen generaties groter zijn dan die tussen generaties. Er zijn grote verschillen tussen hoog- en laagopgeleide jongeren. Er zijn grote verschillen tussen jongeren met ouders die veel verdienen, en zij die minder geluk hebben. Er zijn grote verschillen tussen jongeren die zelf hun kansen kunnen pakken, en zij die minder zelfredzaam zijn. En dit is ook in Twente belangrijk. Hier zijn immers relatief veel laagopgeleiden. En dat betekent minder welvaart, minder welzijn, en meer kans op een ongezonde leefstijl, en een vroege dood. De verschillen binnen generaties worden bovendien steeds groter, omdat hoogopgeleid met hoogopgeleid trouwt, en laagopgeleid  met laagopgeleid. Zo ontstaat er langzaam een klasse van mensen die naar de rand van de maatschappij beweegt.

Ik stoor mij om twee redenen aan het generatiedebat. Ten eerste wordt het echte probleem verdonkeremaand. Het zijn de verschillen binnen generaties die ons zorgen moeten baren. Die zijn explosiever dan die tussen generaties. Maar er is een tweede reden: de lui conservatieve veroordeling van grenzeloosheid. De gemakzuchtige roep om een opvoeding met meer regels en grenzen. Zouden wij niet juist blij moeten zijn met een jeugd die buiten gevestigde paden treedt? Die naar nieuwe grenzen zoekt? Grenzeloosheid is vervelend als het overlast betekent, comazuipen en vraatzucht. Maar we kunnen de grenzen van onze tuintjes ook tè burgerlijk bewaken. De Duitse filosoof Nietzsche benoemde twee leefstijlen in de Westerse cultuur. De ene is die van Apollo. Dat was de Griekse God van de rede, van de wetenschap, de grenzen. En daarnaast is er Dionysius, de God van de wijn. Die belichaamt het wilde, grenzeloze, onbegrijpelijke facet van ons leven. Hij staat voor de wild romantische geest, die steeds het hoogste wil bereiken. Alleen Apollo is saai en burgerlijk. Het is de wereld van de zesjescultuur, het ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Met alleen Dionysius dreigt waanzin. Juist de combinatie van passie, verbeeldingskracht en wetenschap heeft het Westen groot gemaakt. En ik zou zeggen: Nederland kan wel wat meer grenzeloosheid gebruiken. Ilse de Lange en FC Twente, de wizz-kids aan de UT en de atleten in het Fannie Blankers Koenstadion: zij zijn allemaal door grenzen heen gebroken. Uit dezelfde tomeloze energie waarmee jongeren zich aan gekkigheid overgeven, komt ook onze toekomst voort.

Vol afschuw vertellen Spangenburg en Lampert over ‘de jonge werknemer die doodleuk een mailtje stuurt naar de CEO, door alle managementlagen heen’. Angstig vragen zij zich af hoe verder moet nu ‘jongeren het vertikken om ambtenaar te worden’. Ik verlang naar werkgevers die hopen op opgewonden mails. Die het avontuur verkiezen boven de ambtelijke tredmolens. Neem de jongeren aan! Laat de jeugd de hemel bestormen; ze komen al te snel op aarde terug. De auteur is filosoof. Hij leidt het Trendbureau Overijssel.