14/10/2011

Twente draait al lang niet meer om beschuit en bier

  • Dit artikel verscheen in oktober 2011 in de Roskam

Focus overheden hoort op starters en midden- en kleinbedrijf. Het lijkt de tweede mokerslag voor Twente in relatief korte tijd: na Grolsch nu ook Bolletje in andere handen. Haal je de sentimenten weg, dan valt het met die mokerslag nog wel mee. Daar zijn prima verklaringen voor te geven. Omdat het al goede uit drie bestaat, kan hier met drie verklaringen worden volstaan.
Om te beginnen: wie ze ook bakt, die beschuit blijft er des ochtends gewoon. Zoals iedereen die dit wil des avonds, of zoveel eerder als noodzakelijk wordt geacht, een glas Twents bier kan drinken. Een tweede verklaring voor de relativiteit van de overname van Bolletje en Grolsch is dat de productie in Twente blijft. Dat is te danken aan de bouwpastoors Troch van Grolsch en Ter Beek van Bolletje. Als één na laatste bestuursvoorzitter heeft Troch tussen Boekelo en Enschede één van de modernste brouwerijen van Europa laten bouwen. Wie er ook eigenaar van is, tegenwoordig SABMiller, de productielocatie zal altijd worden gebruikt. Te duur en te mooi om er een parkeergarage van te maken. En voor Bolletje geldt eigenlijk hetzelfde.
Het bedrijf werd de afgelopen jaren formeel aangestuurd door een stichting met dochters van twee broers Ter Beek, het beleid werd uitgevoerd door een zetbaasdirectie, maar de echte beslissingen werden in de Haghoek genomen, waar de laatste der grote Ter Beken woont. En die heeft dus ook de hand gehad in de recente mega-uitbreiding van Bolletje, waardoor dit modern geëquipeerde bedrijf nog vele jaren blijft produceren. Een derde verklaring gaat over de noodzakelijkheid van de verkoop van twee trotse bedrijven in de voedingsindustrie die besloten ligt in de algemene tendens dat grote bedrijven zelf handelswaar zijn geworden. Dat is een onomkeerbaar proces. Een nadeel daarvan is dat beslissingen elders worden genomen, in Londen (Grolsch) of Dordrecht (Bolletje) en dat de binding met de streek en met activiteiten (sponsoring en andere steun) in die streek afneemt. Daar kun je moeilijk over doen. maar er niets aan veranderen, het is de vrije markt, het recht van de sterkste, waarbij groot wordt opgegeten door groter en groter weer door grootst, tot er een nog grotere speler op de markt is. Voor de regio Twente moet deze ontwikkeling tot een koerswijziging leiden. De echte kracht van Twente is het middenen kleinbedrijf. Dan praat je overigens niet over misselijke bedrijven, want in onder meer de elektro-, de installatie en de metaalindustrie hebben tal van bedrijven tientallen tot meer dan honderd vaklieden in dienst. Dat geldt ook voor kennisbedrijven die aan de Universiteit Twente ontsproten, ze zijn er in het klein en in het groot, en ze vormen net als de bouwbranche en de creatieve sector een sterke pijler van nijverheid. En ze ontstaan aan de lopende band. Afgelopen week werd bekend dat dit jaar in Almelo tot nu toe 21 procent meer ondernemingen van start gingen dan in de vergelijkbare periode van vorig jaar, namelijk 380. Dat zijn dus minimaal 380 werknemers, maar vermoedelijk een veelvoud, en daar moet Twente het van hebben. Dit betekent dat de overheid de focus moet verleggen. In een burgemeestersdebat te Almelo ging het deze week over hoe de overheid ondernemers kan faciliteren.

Uit een inleiding van directeur Benschop van het Trendbureau Overijssel kwam naar voren dat in Twente de arbeidsproductiviteit lager ligt dan elders, dat het besteedbaar inkomen er minder is en de werkloosheid hoger. Tegelijkertijd stelde Benschop dat in vergelijking met andere grensregio’s Twente het relatief nog goed doet en dat er kansen liggen, als de overheid die kansen op het netvlies heeft. Meer starters en meer midden- en kleinbedrijf houdt in dat de gemeenten en de regio die kennis moeten koesteren,beschermen en steunen waar nodig, terwijl er tevens de uitdaging ligt maatwerk te leveren voor de onderkant van de arbeidsmarkt, mensen die hun baan verliezen, die een afstand tot werk hebben, die uit de boot van de sociale voorziening vallen. Van groot belang is, bleek tijdens dat burgemeestersdebat (elke burgemeester had trouwens vijf ondernemers meegetroond), het verstevigen en bestendigen van de contacten van overheid en bedrijfsleven, het investeren in vertrouwen. Omgekeerd dienen ondernemers eerder bij gemeenten op de stoep te staan, niet pas als ze een probleem of een uitbreidingsplan hebben, maar meteen als ze een probleem zien aankomen of een uitbreiding van het bedrijf in gedachten hebben. Het is een actuele kwestie op het gezamenlijke erf van openbaar bestuur en ondernemerschap, want in een paar weken tijd vinden in Twente over dit thema meerdere debatten/gesprekken plaats. Onderbelicht bleef afgelopen week in Almelo de geldstroom vanuit de overheid ten dienste van de innovatie. Daar valt in Twente nog een wereld te winnen. Precies een jaar geleden concludeerde de Rekenkamer Oost dat het volstrekt onduidelijk is waar de vele miljoenen van het Innovatieplatform Twente aan worden besteed en dat de sturing pet is, waardoor geld weinig doelgericht wordt ingezet. Wat er niet bijstond is dat veel externen (bureaus, instellingen, semioverheidclubs en andere geldslikkers) zich klem verdienen aan de Twentse Innovatieroute en dat er bedrijven zijn die gillend hun aanvraag intrekken omdat ze gek worden van de enorme bureaucratie daaromheen. De noodzakelijke omslag moet het besef (wetenschap) brengen dat innovatie in schuurtjes begint en dat het niet erg is als links en rechts wat mislukt. Daar moet geld naar toe, een steun in de rug, een duw van de overheid. Daarnaast zou het helpen als gemeenten starters een jaar vrijwaren van gemeentelijke belastingen en heffingen, ook de sleutelwerkplaats in de wijk, met een plek op een bedrijventerrein in het vooruitzicht als er groei is. Na het burgemeestersdebat kwam een persbericht binnen dat er melding van maakte dat het Innovatieplatform Twente een samenwerkingsverband (IPT Fooddus-ter) van relatief grote bedrijven faciliteert in de voedingsindustrie, onder wie Bolletje en Grolsch! Er zit ook nog een Stichting Innofood aan vast, ja dat zal allemaal wel, maar ondertussen gaat er Twents geld naar Zuid-Afrika en Dordrecht! De vraag moet zijn of er innovatiegeld nodig is om investeringen in uurzaamheid en werkgelegenheid van deze bedrijven te bevorderen. Zoals het ook de vraag is of een multinational als Koninklijke Ten Cate innovatiegeld nodig heeft. En een andere vraag is of Twents gemeenschapsgeld voor deze bedrijven iets te maken heeft met de invloed van de bestuursvoorzitters dezer bedrijven op de lokale/regionale overheid en op de directie van het innovatieplatform. Want echt, als Ten Cate wil innoveren, dan gebeurt dat toch wel. Geld zat. Misschien zou het beter zijn die 380 starters in Almelo, al die andere starters in Twente, de duizenden potentiële starters en het midden- en kleinbedrijf het geld te geven dat nodig kan zijn om Twente op te stuwen. Want zo krijgen we weer de Grolschen en Bolletjes terug.