Pier Vellinga (01-07-2010)

‘Naar nieuw beleid voor natuur en landschap’

 

In 2050 is er in Overijssel en Gelderland geen landbouw mogelijk die kan concurreren op de wereldmarkt. Belangrijke oorzaak is de verwachte wijziging van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB), want de Europese steun verdwijnt dan naar Westen Noord-Nederland. De Wageningse hoogleraar milieuwetenschappen Pier Vellinga kon tijdens de lezingencyclclus ‘De Wijzen uit het Oosten’ in het Overijsselse provinciehuis die tweede voorspelling staven met een nog ongepubliceerd kaartje. Daarop zijn al de ‘Maatschappelijk Waardevolle Gebieden’ met 50 procent of meer in agrarisch beheer ingetekend die in aanmerking komen voor Europese steun nieuwe stijl. In Oost-Nederland gaat het om een beperkt deel: de Kop van Overijssel, Noordoost- Twente, het oosten en noordwesten van de Achterhoek en de gebieden direct langs Rijn en Ussel. “Sectorbeleid wordt gebieden-beleid. Europees geld gaat naar gebieden die Den Haag maatschappelijk waardevol vindt. Helaas lijken die nauwelijks in Oost-Nederland te liggen. De trend is dat Haagse ambtenaren het vooral zoeken in gebieden met natte natuur. Veel subsidies zullen van Oost- en Zuid-Nederland naar West-Nederland verdwijnen.” In een studie van Vellinga en zes andere Alterra- onderzoekers wordt daarom gesteld dat er in 2050 alleen nog plaats is voor een ‘multifunctioneel landschap’ in Oost-Nederland. De landbouw moet de ruimte delen en is mede-afhankelijk van groene en blauwe diensten. Landbouw die kan concurreren op de wereldmarkt bestaat over veertig jaar alleen nog in de noordelijke delen van Groningen, Friesland en Noord-Holland, in het zuiden van Zuid-Holland, het noorden van Zeeland en in Westen Oost-Brabant. “Dat zal een soort industrie worden met onvermijdelijk een enorme schaalvergroting, inclusief megastallen.” Vellinga, zelf oud-voorzitter van Natuur en Milieu, bekritiseerde ook de gang van zaken rond EHS en Natura 2000. “Natuurorganisaties zeggen heel snel dat er meer terrein bij moet komen, dat is goed voor flora en fauna. Kun je niet beter al het toekomstige EHS-geld uitsmeren over de rest van het land? Met een beter nettoresultaat voor landbouw en natuur.”